Een eenvoudig leven.
Jeetje, waar kan ik tekenen? Of zijn de woorden JA al genoeg?
Lekker kort, dat is ook wel fijn.
Vroeger vond ik dat maar niks.
Alles moest ingewikkeld.
Lang, wollig.
Alsof ik moest bewijzen dat ik had opgelet op school.
En ja hoor, meesters en juffrouwen: ik heb echt goed geluisterd.
Maar terugkijkend β ik sprak en schreef ook zo.
En nu snap ik waarom niemand me begreep. π
Wie heeft me eigenlijk ooit geleerd om zo moeilijk te denken?
Waarom zou iets simpels of puurs niet goed genoeg zijn?
Poe. Dat zijn van die vragen voor later.
Niet op een regenachtige ochtend.
De zomerbloeiers staan op springen, maar wij zitten met de druppels van een verdrietig universum.
Of hoe noem je dat eigenlijk…
God? De Bron? Het Universum?
Jeetje, ook dat klinkt weer zo groots.
Kunnen we het niet iets eenvoudiger maken? Voor simpele zielen zoals ik?
En ja, toen was daar opeens dat fluistertje in mβn oor.
“Wat als het gewoon… natuur is?”
Men oh men. Maar natuurlijk.
De plek waar ik het liefst ben.
De mensen in de buurt denken vast dat ik een geheime liefde in het bos heb.
Ze zien me elke dag wandelen.
Misschien denken ze wel: hij besteedt meer tijd aan dat bos dan aan een partner.
(Terwijl de smartphone die plek inneemt bij velen van hen β maar dat is te makkelijk.)
Waar was ik?
Oh ja, de ouwe vrijster.
Uuh geheime lover natuurlijk.
Misschien draagt ze wel een wolvenpak.
Die beesten worden steeds vaker gespot op de Veluwe.
Ik heb dat geluk nooit.
Anderen raken in paniek bij een ontmoeting.
Ik?
Ik hoor alleen zwijnen knorren, ergens in het struikgewas.
Soms met kleintjes.
Dan stuiven ze in een rij voorbij, zo snel, zo schattig…
Dat ik bijna verdrink in hun ogen.
Tot ik me herinner: donβt mess with them.
Maar weet je β ik hou van die ontmoetingen.
Misschien ben ik wat… simpel.
Een zacht figuur.
Ik hou niet van poespas.
Laat mij maar verdwalen tussen boselfjes, roze eenhoorns en Knabbel en Babbel met klimhelmen.
Ik ben te gast.
En ik ken mijn plek.
De natuur biedt ruimte.
Voor fantasie.Β
Voor kleine, mooie momenten.
En als ik het probeer te ontleden β wat ik beter niet kan doen, want secuur ben ik niet β
dan is elk uitstapje in het bos een vorm van terugkeren.
Uit mijn hoofd β of beter gezegd: uit mijn gedachten.
En in mijn lijf en gevoel.
Daar, in het begin, lijkt alles moeilijk. Zwaar. Saai soms.
Maar als ik echt daar ben, op die plek…
Dan voel ik rust en vertrouwen.
Gek hè?
Dat ik elk vrij moment gebruik om weer heel even mezelf te worden.
En de natuur te ontmoeten.
Gewoon kunnen ademen.
Daar knap ik van op.
En nu zou ik belerend kunnen zeggen: dat zouden meer mensen moeten doen.
Maar nee.
Ik hoef een ander niet uit te leggen wat goed is.
Ga het zelf maar eens ervaren.
Laat je monkey mind thuis.
En je smartphone.
Wees stil.
En wie weet…
Is dat een eigen terugkeer naar eenvoud.